Ode aan de bomen

 

Zelf zeggen de auteurs het zo: “Bomen zijn in vele opzichten het ‘Groene Goud’ van de aarde. Ze zijn onmisbaar voor een gezond leven. Zo voelt het niet alleen: het is inmiddels wetenschappelijk bewezen. Dit boek is een ode aan de bomen, de organismen die hier op aarde het oudst kunenn worden; aan de groeikracht daarvan en aan het enorme herstelvermogen dat ze hebben. Ondanks vele bedreigingen weten ze zich in moeilijke omstandigheden doorgaans prima te redden; soms met een beetje hulp van de boomverzorger.”

Kernthema in het boek is de ontwikkeling van boomkwekers sinds de achttiende eeuw, maar vooral in de laatste vijftig jaar. Daar-bij komen boomkwekers uit vele landen aan bod, maar vooral de familie Copijn, en in het bijzonder de gebroeders All rik en Jorn en diens ·vrouw, landschapsarchitect Lia Copijn, geboren Schukking. Het ambachtelijk vakmanschap van die broers, de landschapsarchitectuur van Lia· en het ondernemerschap van Jorn: die drie elementen zijn in dit boek sterk verweven, samen met hun rijk gevarieerde en avontuurlijke levens. Daarbij blijkt duidelijk dat ze heel alert warer op de opeenvolgende ontwikkelin-. gen (trends) in de samenleving en hun vakgebied (techniek). De meeslepende verhaalstijl van Jorn & Lia is goed herkenbaar. Ondanks het oneindig brece spectrum aan onderdelen: illustra-ties, interviews, historie, anekdotes, botanie en nog meer, leest het boek per onderdeel pr,:ttig door de consistente schrijfstijl. Dat is te danken aan de eindredactie van Marina Laméris. Een logische volgorde in de opeenvolgende hoofdstukken kon ik overigens niet herkennen. Maar alles wat er staat heeft wel op een of andere manier met bomen en hun verzorging te maken. Je kunt gerust overal begin 1en waar je maar wilt.

Enerzijds wordt de geschiEdenis van het vakgebied ‘boomkweker’ fraai toegelicht met veel beeldrijke verhalen en interviews over landgoederen en hun historie. Verhalen die tegelijk de historie vertellen van de opeenvolgende landgoed-eigenaren, en hun meer of minder grote hart voor de natuur.

Anderzijds komt een indrukwekkende reeks individuele bomen aan bod, in de vorm van interviews met experts. Telkens weer betreft het vaak eeuwenlange geschiedenissen van unieke bomen, op heel bijzondere plaatsen. Opmerkelijk hoe vaak het daarbij om linden gaat, die in het hier eerder besproken boek van Jan Albert Rispens als ‘meest mensverwante’ boomsoort werden gekarakteriseerd.

Zowel ‘de plaatsen’ als ‘de bomen’ komen in hun heel eigen wezenlijkheid in zicht: natuur· en cultuur-’wezens’ waartoe de eigenaren en de te hulp geroepen verzorgers zich een respect- volle verhouding weken. Met hoofd, hart en handen -al dan niet bewust ingezet.

Naast hun culturele betekenis komen bomen ook aan de orde in hun ecologische rol, van mondiale schaal tot en met die van stedelijk groen. Zo worden macro-en microklimaat besproken, met als terugkerend thema: bomen geven leven, als wij bomen hun leven gunnen.

Heel fascinerend is de rol van de schilder Frans Copijn, vader van Allrik en Jorn. Hij stapte uit het commerciële boomkwekers-bedrijf en ging naar de kunstacademie. Hij leerde de antroposofie kennen en beoefende het fenomenologisch waarnemen. Hij liet de natuur als geheel, en bomen in het bijzonder, in zijn unieke aquarellen -vanuit zijn innerlijke schouw geschilderd -tot nieuw leven komen. Een heel nieuw soort onderneming, die vrijwel geen geld opleverde. Zo groeiden zijn zonen op in een spiritueel rijk maar materieel arm gezin. Die konden nu, vanuit nieuwe bronnen geïnspireerd, de familietraditie van boomverzorging op wezenlijk verrijkt niveau oppakken. Een opmerkelijke metamorfose, waaraan Lia, vanuit haar antroposofische opvoeding in de familie Schukking, haar leven lang kon bijdragen.

Al met al een monumentaal boek over monumentale mensen, monumentaal verteld en monumentaal verbeeld: het zelfver-trouwen van de auteurs straalt er vanaf. Geslaagde PR voor hun 'bomen' als gevende wezens.

Het is bijna een kilo zwaar en ca 28x23 cm groot, 317 pagina's lang, met meer dan duizend fraaie illustraties, foto's en tekenin-gen. Met een prijs van € 34,95 is het boek, dankzij de hulp van vele stichtingen, zeker niet duur.

 

Jorn en Lia Copijn en Marina Laméris, Het Groene Goud -50 jaar boomverzor· ging in Nederland.

Uitgeverij www.tastbaarerfgoed.nl 2016

terug naar de pagina over

HET GROENE GOUD

MOTIEF, maandblad voor antroposofie, maart 2017

Jan Diek van Mansvelt